McEnroe – Borg. Het was misschien wel de grootste rivaliteit in de geschiedenis van de tennissport. Niet alleen qua persoonlijkheden waren de brutale Mac en de koele Zweed elkaars tegenpolen, ook in hun speelstijlen botsten zij met elkaar. De aanvaller McEnroe versus de verdediger Borg. Servicevolley tegen baselinespel. Maar waar aanvallende spelers in de jaren van McEnroe en Borg eerder regel dan uitzondering waren, is het servicevolley-spel anno 2009 vrijwel uitgestorven. Is er nog een toekomst voor de netspecialist?

Zelfs Andy Roddick speelt met zijn verwoestende opslag nauwelijks servicevolley
Als we kijken naar de huidige ranglijsten, dan komen we bij de mannen in de Top-30 één servicevolleyspeler tegen, te weten Radek Stepanek op plaats 12. In de Top-50 staan verder Ivo Karlovic (38e), John Isner (40e) en Feliciano Lopez (46e).
Hiermee komen we op een schamel totaal van 4 spelers, waarbij ook nog aangetekend moet worden dat geen van hen over een natuurlijk talent aan het net beschikt als bijvoorbeeld een Pat Rafter of Pete Sampras vroeger.
Sombere toekomst
De situatie bij de dames is nog een stuk schrijnender. Venus Williams is de enige speelster van naam die met enige regelmaat servicevolley speelt, maar ook zij brengt toch de meeste tijd door op de baseline, net als de jonge generatie hardhitters onder leiding van Maria Sharapova.
Amelie Mauresmo houdt ook wel van het netspel, maar het is nog maar de vraag of de Française volgend jaar überhaupt nog speelt op de tour. Misschien dat de technisch begaafde Justine Henin in haar comeback het servicevolley tennis weer wat meer aandacht zal geven.
Michael Llodra, toernooiwinnaar in Auckland en Rotterdam in 2008 met constant servicevolleytennis, ziet de toekomst somber in. “Toen ik jong was, was het mijn droom om servicevolley te spelen,” zegt de Fransman. “Maar tegenwoordig zijn de ballen niet meer zo snel en worden er nieuwe banen aangelegd om het baselinespel te bevorderen. Niemand wil tegenwoordig meer servicevolley spelen. Zelfs Tim Henman kwam in de laatste twee jaar dat hij speelde lang niet meer zo vaak naar het net.”
Betere tijden voor het servicevolleytennis: John McEnroe en Stefan Edberg in actie in de halve finale van Wimbledon 1989.
Opleving
Henman, wiens aanvallende spel hem vier halve finales op Wimbledon heeft opgeleverd, speelde aan het slot van zijn loopbaan inderdaad meer vanaf de baseline. Maar de nieuwe generatie spelers begint het volleren weer wat meer te waarderen.
Zo nam Novak Djokovic gedurende enkele maandan in 2007 voormalig dubbelspecialist Mark Woodforde in dienst, puur om aan zijn netspel te werken. De Serviër, wiens volleys voorheen een duidelijke zwakte waren, is zich inmiddels een stuk beter thuis gaan voelen aan het net.
“Kijk naar Federer,” zegt Djokovic. “Hij kan alles. Servicevolley, spelen vanuit het achterveld, aanvallen, verdedigen. Dat is het spel waarmee momenteel goede resultaten worden behaald en dat zal ook in de toekomst zo zijn.”
Maar zijn er nog mogelijkheden voor pure servicevolley-spelers om succesvol te zijn aan de absolute top?
“Ik denk zeker dat het mogelijk is,” zegt Federer, die ondanks het feit dat hij zelf een van de beste volleerders is in het circuit, alleen het net op zoekt als hij zijn tegenstander hiermee kan verrassen. “De omstandigheden zijn een stuk moeilijker nu de ballen en de banen veel langzamer zijn, maar ik denk dat als je erg goed volleert, zoals Edberg, Sampras, Rafter of Becker vroeger deden, je een enorme druk kunt zetten op de baselinespelers van tegenwoordig. Maar het is moeilijk, want we retourneren in deze tijd beter en slaan makkelijker passeerballen vanwege de tragere omstandigheden. Toch ben ik benieuwd op welke positie ik het jaar af zou sluiten op de ranglijst, als ik gewoon na elke eerste en tweede service zou oplopen naar het net.”
Pete Sampras en Pat Rafter zijn twee van de laatste succesvolle servicevolleyers.
Trage speelomstandigheden
Andy Roddick, de man met de hardste service uit de geschiedenis van de sport, heeft de laatste jaren veel getraind op zijn volleys. Maar hoewel de Amerikaan opslagen van boven de 230 km/h afvuurt, komt hij slechts zelden naar het net.
“Zelfs op Wimbledon is het niet meer te doen om servicevolley te spelen,” zegt Roddick. “En het probleem is niet dat we het niet willen, het is doorgaans gewoon geen optie met de zware ballen en langzame banen, en de manier waarop er tegenwoordig geretourneerd wordt. Als er op meer snelle indoorbanen gespeeld zou worden, zou je veel meer servicevolley zien, omdat het dan wel een goede tactiek is.”
Ook Mario Ancic – die in het begin van zijn loopbaan furore maakte met servicevolleytennis, maar tegenwoordig ook voornamelijk een baselinespeler is geworden – ziet weinig toekomst voor het servicevolley als er niets verandert aan de speelomstandigheden.
“Ik heb een paar keer met Stefan Edberg getraind en hij zei ook dat de banen tegenwoordig zó langzaam zijn, dat zelfs hij onder deze omstandigheden waarschijnlijk niet zoveel servicevolley zou hebben gespeeld”, aldus de Kroaat. ”De sport is op dit moment erg één-dimensionaal. Je hebt Federer, mijzelf en nog een aantal spelers die wat agressiever spelen, maar dat gaat dan nog steeds vanuit het achterveld.”
Bewijs
“Je ziet tegenwoordig meer baselinespelers winnen op Wimbledon,” zegt Djokovic. “De Spanjaarden, die altijd liever op andere ondergronden spelen, kunnen er nu ook goed presteren. Nadal is geen servicevolley-speler, hij speelt met enorm veel spin op zijn forehand, en toch bereikt hij drie jaar op rij de finale. Dat is het bewijs dat de banen een stuk langzamer zijn en dat de bal hoger opstuit.”
Met speelomstandigheden die op de diverse ondergronden steeds langzamer en gelijkwaardiger worden, lijkt er weinig plaats meer voor servicevolley-specialisten. De breed ontwikkelde tennisser is de toekomst van het proftennis. Vandaar de trend onder de jonge spelers om meer te trainen op de volleys, want het netspel is de laatste jaren altijd een ondergeschoven kindje geweest. Alleskunner Roger Federer was bij zijn opkomst een ongeëvenaard fenomeen, nu is hij de maatstaf voor de nieuwe generatie.
Een aangepaste versie van dit artikel verscheen eerder in Tennis Magazine.
Foto © Niels de Water